Profiel

Hugo Brutin in "De Zeewacht", naar aanleiding van een tentoonstelling te Oostende (1993)

Het ras van de kunstenaars die op een bewogen manier reageren op wat rondom hen gebeurt is blijkbaar nog lang niet uitgestorven. Sommigen wenden enige bewogenheid voor; anderen, zoals Bob De Groof, lijken echt gegrepen door de wanhoop van de slachtoffers, de onrembare wreedaardigheden van overheersers en de verregaande huichelarij van politiekers en ambassadeurs van de vrede.
De Groof is duidelijk geen salonkunstenaar; hij wil wat vertellen, hij wil met zijn eigen beeldtaal uiting geven aan een diepgaande emotie en hij doet het op een wijze die hem blijkbaar ligt in een sfeer van gestualiteit en vlammend kleurgebruik dat echter steeds gehoorzaamt aan wetten van harmonie en zeggingskracht. Dat betekent dat hoe agressief en pijnlijk zijn doeken mogen overkomen, hoe direkt hun toespelingen ook mogen zijn, toch steeds zorg wordt besteed aan een sprekende beelding, kleuren niet zomaar worden uitgestreken, strepen niet alleen maar hartstocht weergeven, maar ook deel uitmaken van een puur schilderkundige opbouw. Er is kompositie, er zijn spanningen aanwezig; een doek kan buiten zijn kontekst worden bekeken als een monument van picturaliteit.
Men is wel eens geneigd Pollock en Bervoets te citeren in verband met zijn sfeer of zijn manier van schilderen. Er is inderdaad heel wat geweld, dripping en gestualiteit in zijn doeken aanwezig; maar Bob De Groof heeft het niet over zichzelf zoals Bervoets en zijn gebarentaal staat in funktie van een beeldvorming die de inkarnatie is van een bepaalde zegging. Wij denken eerder aan een Szymkowicz en op bepaalde ogenblikken aan flitsen van een Jan Cox wanneer de mythe van wreedheid en tirannie, oorlog en vernedering wordt omschreven...

 

Collages
Paintings
Peintures
Assemblages
Totems
Graphics


Profile


Contact