Profiel

Esthetica van de reïntegratie door Elodie Lélu

 

Details: Zich onderdompelen in de schilderkunst van Bob De Groof, is vooral hem leren kennen door het detail. Zonder zover te gaan als Daniel Arasse, kan onze blik gemakkelijk blijven hangen aan stukken oude affiches, grootmoeders kant, blikjes, verftubes, muziekpartituren, vrouwenlingerie en waarom niet, als we dichterbij komen, zand en stukken schelp.
Bevinden we ons voor collages, marouflages, assemblages of integraties? Hoe noemen we die kundige composities die historische, sociologische en publicitaire beelden mengen? Moeilijk om een naam te vinden, behalve als we achteruit gaan en nu het doek in z’n geheel bekijken.

Integraties: Het blijkt klaar en duidelijk dat de gebruikte materialen door De Groof  op z’n diverse wandelingen gevonden niet enkel stukken van een assemblage zijn, stukken van een collage, neen, deze elementen zijn geïntegreerde materialen. Inderdaad assembleren betekent dat men allerhande buitenissige objecten samenvoegt, die een algemeen bizar effect veroorzaken, terwijl integratie die aktie is die kompleet maakt daar die als integraal deel doet binnen gaan in een ensemble. En het is precies die integratie die ten grondslag ligt aan ‘t gevoel van een harmonieus geheel gecreëerd door zijn doeken. Diegene die ze bekijkt kan altijd de omtrek van uitwendige elementen onderscheiden, maar zal overtuigd zijn zich tegenover een organisch geheel te bevinden… Hij zal er een constante en zeker niet diffuse staat in zien.

Tijdelijkheden: En die geïntegreerde objecten geven aan deze schilderijen hun tijdelijkheid; een oude werkhandschoen die versleten is, een stuk hout op ‘t strand aangespoeld, gebruikte jarretelles. De doeken laden zich dan met al deze levens om herboren te worden in eenzelfde ruimte tijd, die van de creatie.  Zodus is het geen verstild, versteend moment dat men contempleert maar eerder verticale, die zich door opeenvolgende onder zich gestapelde bladeren ontplooien: het zijn wat men in een geheel “geïntegreerde tijdelijkheden zou kunnen noemen. IN de recentste werken van Bob De Groof lijkt er iets verbrand in het middelpunt van het doek die de dominante blauwzwarten nog versterken. Zoals ook het draagvlak zo erg bewerkt is, zo samengeperst dat het gesedimenteert lijkt: drippings, onderworpen aan de zwaartekracht zijn verstijfd en opgedroogd in een magma van zand en houtschilfers. Al die uiterlijke elementen, dragers van verschillende tijdelijkheden worden van al die uiterlijke elementen, dragers van verschillende tijdelijkheden wordt gebruik gemaakt de kunstenaars innerlijke wereld.

Expressionisme: Hetgeen maakt dat men De Groof’s werk dikwijls als figuratief expressionisme betiteld. Inderdaad, z’n schilderijen zijn expressionistisch in dat ze zijn demonen, zijn visies die dikwijls verbonden zijn aan de angst en aan een zeer duidelijke vorm van revolte tegen de maatschappij die hem omringt. In logische betrekking hiermee bestaat nochtans die beweging van buiten naar binnen de uiterlijke objecten die zijn innerlijke wereld uitdrukken.

Geweld en huidig leed:  En die innerlijke wereld is nauw verbonden aan het huidige universum waarin we evolueren: de doeken van De Groof spreken ons over het heden. Zoals Georges Bataille, haalt de schilder shockbeelden binnen, clichés van Chinese gekruisigden, die hij in z’n doeken vernieuwd. De oorlogsbeelden die hij integreert drukken zeker z’n gepijnigde wereld uit, maar ze roepen vooral het geweld van onze maatschappij op. Omdat soldaten tegenover reclamebeelden staan, omdat de Rote Armee Fraktion tegenover Mickey Mouse staat, speel zich een hele overdenking (weerkaatsing) over onze huidige waarden af. Bob De Groof toont ons, in een explosieve vorm, hoeveel we het leed infantiliseren. Er bestaat heden een ingehouden geweld dat de schilder ons juist probeert te tonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Humor: Nochtans is het altijd in het register van de humor dat De Groof tot ons spreekt. Hij speelt, in z’n integratie, met de onaangepastheid van uiterlijke bestanddelen. Geïntegreerde onderbrekingen behagen en amuseren de schilder: zo is er niets verbazingwekkends aan dat Christus naast gemartelde naakte vrouwen plaatst wordt, dat een kitscherig  schilderij van blote vrouwen in een bed, een graffitistijl vergezelt, of nog dat vergeelde kinderfoto’s samenwonen met sjamanistische totems. Er is een echt schilderspel van tintonderbrekingen. Bovendien bestaan er constanten in dit humoristische heelal, zoals die Tex Avery cartoons die De Groof van canvas tot canvas verbuigt. Bijgevolg, als de schilder ‘ Naakte vrouw in haar bad’ van Bonnard parodieërt , vervangt hij ze door een ophoping van eenden en zorgt hij er voor om een douchegordijn op het doek te plakken. Zijn angstaanjagende demonen, zijn, in hun ruimtelijke schikking komisch gemaakt.

Erfenissen en verlengingen: De schilder valt klaar en duidelijk binnen het COBRA. De levenskracht van zijn bewegingen, de referentie naar primitieve kunsten, de totems die hij hij in al zijn doeken plaatst, maar ook de al tevoren beschreven (beroemde) kinderlijke toon, al die bestanddelen maken dat De Groof zich in een breuk maar in een continuïteit tegenover degenen bevind, die hem zijn voorgegaan. Bervoets erfenis is voelbaar, de schilder die De Groof leerde kennen toen hij z’n oom, de bekende kunstcriticus Walter Korun bezocht. Het is in dit universum dat de schilder heeft gebaad, en het zijn die picturale onderzoeken die hij verlengt met inbreng van zijn eigen sensibiliteit.

Esthetica van de reïntegratie: De originaliteit van zijn stijl hangt samen met zijn persoonlijk verhaal, geschiedenis, legende, aanwezig in zijn werk. Met in een wereld van verslaving te vallen heeft de schilder een katabasis gerealiseerd: hij heeft pijn en vernietiging gekend en is bijna niet teruggekomen uit dit schaduwrijk. Nochtans heeft Bob De Groof  de wereld gereïntegreerd met een nog sterkere wens te schilderen en een frisheid ten aanzien van de herontdekking van het waarneembare universum. Zijn schilderkunst zou men dus een levensviering kunnen noemen, hoe gewelddadig ze ook zijn mag. Als men de zaken op de spits drijft kan er in de doeken van Bob De Groof naar sporen van een esthetica van de reïntegratie gezocht worden.

Elodie Lélu. Kunsthistorica en filmregisseur. Realisator van de documentaire “Tweede kans” over Bob De Groof.

 

 

 

Volgende tekst
Collages
Paintings
Peintures
Assemblages
Totems
Graphics


Profile


Contact
Collages
Paintings
Peintures
Assemblages
Totems
Graphics


Profile


Contact