Profiel

Jan Mestdagh in "Het radeloze verweer van Bob De Groof" (Mei 1989)

....Bob De Groof is een schilder van de twintigste eeuw. Dit wil zeggen dat hij de waanzin van deze eeuw niet uit de weg gaat, dit wil zeggen dat hij een schilder is van het geweld en de vernietiging. En terzelfdertijd de schilder van het ultieme, wellicht hopeloze verweer, van de onderhuidse tederheid.
Want de schoonheid mag dan al, naar het woord van Lucebert, haar gezicht hebben verbrand. ook verminkt leeft zij verder. In de rauwe lyriek van de blues bijvoorbeeld, in de gekwelde (maar triomferende) muziek van Parker en Coltrane, in de rebelse ritmes van rock en reggae. En deze schoonheid die door de hel gegaan is, troost niet alleen de larven, de reptielen, de ratten maar - wie weet - ook de mensen...
... De spontaneïteit waarmee de jonge kunstenaars tegen de meer cerebrale kunstvormen van hun voorgangers reageren, is daarom een bittere en wanhopige spontaneïteit. Zij wordt gevoed en vergiftigd door de herinnering aan de welhaast talloze nederlagen van zowel de maatschappelijke als de artistieke revoltes. Dat in het werk van Bob De Groof na zovele jaren de herinnering aan de moord op Garcia Lorca levendig blijft, is dan ook symptomatisch: de wonden die in deze eeuw werden geslagen, weigeren zich te sluiten.
Maar, er is meer. Wat Bob De Groof ons brengt zijn immers geen praatjes bij plaatjes, geen illustraties, geen verslag dat onvermijdelijk beneden de werkelijkheid moet blijven waarover het verhaalt. De persoonlijkheid van de kunstenaar mag dan al een exponent zijn van maatschappelijke en (kunst-) historische omstandigheden, zij is hiertoe nimmer te herleiden. Het werk van Bob De Groof is daarom niet alleen een getuigenis, het is ook in de eerste plaats een zoektocht, een queeste naar de eigen identiteit. We zagen reeds hoe in de verf zijn trauma's stollen tot stigmata.maar deze verdichten zich op hun beurt tot hiëroglyfen, tot tekens die voor de beschouwer weliswaar leesbaar blijven, maar die terzelfdertijd meer verhullen dan zij prijsgeven. Hier stoten wij op de paradoks die inherent is aan elke vonn van artistieke expressie: de kunstenaar valt nooit samen met zijn werk, juist zijn meest authentieke scheppingen openbaren zich aan hem als raadsels.
En deze blijvende vervreemding is het, die zijn kreativiteit nieuwe stimulansen geeft, die haar opnieuw opzweept. In plaats van een bunker wordt het atelier een uitvalsbasis, vechtend baant de schilder zich een weg naar buiten, naar het onbekende schilderij, naar het onbekende ik ...

 

 

 

Volgende tekst
Collages
Paintings
Peintures
Assemblages
Totems
Graphics


Profile


Contact